Portfolio

Juryrapport Papieren Kinderen

Uit het juryrapport /Papieren Kinderen

(eindexamenstuk Schrijversvakschool)

Jan Veldman vindt het een goed stuk. Een typisch conversatiestuk. Dat nogal eens handelt - zoals ook hier – over de hogere middenklasse en over hoe veranderingen in de maatschappij zich in deze klasse manifesteren. Niet zelden – ook in dit stuk – over personages met vrije beroepen.

Het drama zit vooral in de conversatie, niet in de handelingen. Zoals je ook wel bij Botho Strauss ziet (al gebruikt hij meer verheven taal) en in Nederland bijvoorbeeld bij Ton Vorstenbosch, en ook wel bij sommige stukken van Gerard Jan Rijnders. Al merkt Marian Boyer hierbij op dat daar wel een groot vormverschil zit. Maar goed, het drama zit dus in de conversatie, en zoals Montaigne zei: conversatie is heel geschikt om je eigen moraliteit te toetsen ten opzichte van de anderen (van de maatschappij of van het maatschappijtje waar je in leeft).

Er is een kans dat je bij een dergelijk genre de gevaren ontwijkt, maar dat is bij jouw stuk niet het geval. De tekst komt volwassen over. Heeft leuke vondsten en goede monologen. Er zitten een aantal echt zeer goede scènes in.

Beiden vinden het interessant om een stuk met een recensie te beginnen. Je bent onmiddellijk geïnteresseerd. Een goede opening. Je grote kracht noemen zij dus: ‘De Scène’, wat daar allemaal in samen kan komen.

Grappig genoeg vindt Marian vooral Pip een interessant, leuk gemeen personage, terwijl Jan van haar weer weinig begrijpt. Marian zegt: ze wurmt zich overal tussendoor. Het is een kans voor een acteur, zo’n rol, juist ook omdat niet alles is uitgeschreven. Brutaal kreng. Kansrijke rol.

Jan snapt haar rol niet. Marian zegt: Ze is er om Chaim van vieze kantjes te voorzien.

Jan houdt van zinnen als: ‘Jij moet Chaim zijn.’ Het typeert het genre. Sowieso staat zijn manuscript vol met uitroeptekens waar hij een zin of een scène leuk vindt. Marians lievelingszin: ‘Stel je me nog voor?’ Hoort ook zo bij het genre. Onvermijdelijke clichézinnen waarmee je kunt spelen.

'Goed, nu ga ik masturberen', vindt Jan een geweldige slotzin voor een scène. Maar Marian vindt die weer vreselijk.

Artikel Theater

Artikel Tijdschrift Theater (uitgave NVA)

Theater(be)schrijvers

Dramaturg Sabine Oprins introduceert nieuwe teksten voor en over theater. Deze keer: Papieren kinderen van Karlijn Broekhuizen

Karlijn Broekhuizen (1973) is theaterdocent en regisseur. In 2009 studeerde zij af aan de Schrijversvakschool in Amsterdam met Papieren kinderen.

Een vriendengroep verblijft een weekend in een vakantiehuis om de joodse schrijver Chaim en zijn vrouw Hadewijch, ook schrijver, uit te zwaaien. Zij staan op het punt naar New York te verhuizen. Het verschil in publieke waardering - Chaim is succesvoller dan Hadewijch - is een dreigende splijtzwam in hun relatie, net als het krijgen van kinderen: haar wens is groter dan de zijne. Dit is het weekend waarin duidelijk wordt of hun laatste IVF-poging gelukt is en waarin de recensie van Chaims nieuwste roman verschijnt.

De aanwezige vrienden hebben ook zo hun sores. Moon bezwijkt haast onder de zorg voor haar tweeling en komt niet toe aan haar eigen schrijfambities, terwijl haar man Arthur zich helemaal op zijn carrière richt. Katherine heeft, na een jarenlange relatie met een vrouw, nu haar nieuwe scharrel – Minkh, een man – meegenomen. Ze blijkt zwanger maar wil een abortus, zonder hem daarin te kennen. Pip, actrice en minnares van een getrouwde kunstschilder, heeft ooit een abortus ondergaan. Nadat ze vreemdging met Chaim? Dat blijft onduidelijk.

De sfeer wordt bepaald door de broeierige hitte en gefrustreerde verlangens en ambities. Er is weinig handeling; alles gebeurt in de dialogen, die een opeenstapeling van pijnlijke momenten en ontboezemingen zijn. De vriendengroep geeft een beeld van de huidige generatie dertigers, die worstelt met de maakbaarheid en zingeving van het leven. Tegen wil en dank zijn zij elkaars toetssteen; zij oordelen en veroordelen, vullen in, maken af, verleiden en laten elkaar niet los, voorlopig niet.

Papieren kinderen is te vinden op www.liratheaterteksten.nl. Op deze site vind je veel meer theaterteksten van Nederlandse schrijvers, die gratis of voor € 4,95 te downloaden zijn. Teksten van gerenommeerde schrijvers als Alex van Warmerdam en Esther Gerritsen, en van nieuw talent. Je kunt zoeken op auteur, genre en rolbezetting. Van iedere tekst is, naast de titelgegevens, een korte synopsis en een fragment toegevoegd. Ook staan er links naar in thematiek verwante teksten.

Pip:
Hé, Hadewijch, hoe lullig ik het ook vind… we kennen het hele verhaal toch al, kom op, zeg het nou maar, dan kunnen wij ook weer verder met ons leven.

Chaim:
Dit is onbeschoft Pip, dit is onbeschoft.

Hadewijch:
Laat maar Chaim.

Moon:
(fluistert in zijn oor) Chaim, ik vergeef je van daarnet...(hardop) ik ben er voor jullie. (Chaim negeert haar) Dat weet je hè, dat ik er voor jullie ben. Het geeft niet wat er net gebeurde. Het maakt niet uit.

Pip:
(tegen Hadewijch) Ja, nou ja, het kan aan mij liggen, maar volgens mij weet iedereen het al. Behalve je eigen man.

Moon:
(Chaim wil naar Hadewijch toe lopen) Chaim, misschien moet je gaan zitten… in hemelsnaam, ga even rustig zitten!

Hadewijch:
Vandaag...

Moon:
Oh, ik vind het zo vreselijk voor jullie!

Uit: Theater!, jaargang 1, nummer 3, 2010. Uitgeverij Virtùmedia (Zeist).

Fragment Papieren Kinderen

SCENE 4

(In een werkkast of iets dergelijks)

Minhk:

Eerst het huis inwijden.

Kaat:
We moeten iedereen gedag zeggen, we zijn al laat.

Minhk:
Het is hier donker, ah.

Kaat:
Minhk, ik ben moe.

Minhk:
Te weinig geslapen?

Kaat:
Haha.

Minhk:
Kom hier! Ik moet eerst zaaien voordat ik je vrienden kan ontmoeten. Eerst zaaien, dan oogsten. Jezus, ik word zo geil van je. Zelfs in het donker.

Kaat:
Auw. Het is nog helemaal ruw. Zachtjes.

Minhk:
Schatje, ik houd het niet meer, vind je het oké dat ik het zelf doe?

Kaat:
Au, niet zo hard, mijn borsten doen pijn.

Minhk:
Ah. Kus me, ah. Ja, raak me aan. Kijk naar me. Kijk hoe ik het doe. Hier.

Kaat:
Wat is het?

Minhk:
Een zaklamp.

Kaat:
Waarom?

Minhk:
Schijn op me! Hier kijk dan Katrientje. Kijk eens wat ik doe.

Kaat:
Ik zie niks.

Minhk:
Hoe kun je dit nou niet zien? Voel dan...

Kaat:
Ik doe het licht wel aan.

(doet licht aan. Daar zit Moon met twee baby’s aan de borst)

Oh shit. Shit shit shit. Moon! Jij eh bent er ook, al. Alweer. Hè. Verdomme. Ik eh, wij, wij waren even...

Minhk:
Het huis....het is een groot pand...ik ben...de nieuwe...

Kaat:
Dit is...waarom, oh ik wilde...ook helemaal niet...je zit hier met je kinderen...verdomme.. ik heb ook helemaal geen zin...thuis was het...daarom zei ik ook...

Minhk:
Het was misschien beter geweest...dat op een andere manier...jij bent waarschijnlijk de moeder...

Kaat:
Nu is het licht aan. Moon, sorry. Echt sorry.

Moon:
Het was beter geweest als ik niet in de bezemkast was gaan zitten. Dan hadden jullie gewoon je gang kunnen gaan. Maar nu zit ik hier en dat spijt me. Het geeft helemaal niets. Ik gun het jullie. De liefde, de ontluikende seksuele liefde. Het is fantastisch. Ik zag het. Geweldig. Wat een onstuimig gebeuren. Je hoeft je niet te schamen hoor Kaat, iedereen doet wel eens iets waarvan hij later denkt dat had ik misschien beter niet kunnen doen. Ik fantaseer ook wel eens wat. Ha, dat Arthur en ik...ik en Arthur, dat wij, het nieuwe vloerkleed van zijn ouders gaan inwijden. Paars. Groene patronen. Heel modern. Hele wilde seks. En dat dan zijn vader binnenkomt! Midden in de nacht! En wij snel dan onder een dekentje, dat daar gewoon op de bank ligt. En dan doet die vader net of hij ons niet ziet; we houden onze adem in. Terwijl Arthur ondertussen gewoon doorgaat. Ja hoor. ‘Normaal slapen die mensen een gat in de dag,’ zegt Arthur. Maar goed, die vader pakt dan een glas melk uit de koelkast, en sluipt weer naar boven, alsof hij niets heeft gezien. Dat soort momenten.

(stilte)

Kaat:
Moon, wat zijn ze groot geworden. Wat een grote kinderen worden het toch.

Minhk:
Mooie kinderen.

Moon:
Ja, ze drinken de hele dag.

Kaat:
Je slaapt zeker bijna niet.

Moon:
Nee, maar Arthur doet de nachtvoedingen. Als hij er is. Dan kan ik ook eens doorslapen. Dan kan ik de volgende dag ook weer echt genieten van ze. Als ze zo stralend in de box liggen te kirren, en ik buig voorover naar ze, en ze geven je tegelijkertijd een glimlachje, dan vergeet je alles. Alle poepluiers en onderbroken nachten. Het is geweldig om moeder te zijn.

Kaat:
Ik moet er nog niet aan denken. Is Arthur er ook?

Moon:
Hij komt later.

Kaat:
Oh. Shit zeg. Wat een narigheid.

Moon:
Hij is thuis.

Kaat:
Had hij het druk? Moet hij werken? Veel werken?

Moon:
Arthur gaat misschien weer naar Azië, ze openen waarschijnlijk een nieuw filiaal in China. Is ie vanaf november een half jaar weg. Het gaat zo goed met de zaak.

(stilte)

Kaat:
Naar China. Jezus, wat een afgelegen oord.

Moon:
Stel je me nog voor?

Kaat:
Dit is Minhk. Minhk: Moon, de vrouw van Arthur. Moon: Minhk.

Moon:
Hij ziet er ook uit als een man.

Minhk:
Als je wist hoe alles zou gaan, zou je dingen anders plannen. Als je wist waar je morgen was, zou je vandaag misschien niet zijn opgestaan. Maar juist het onverwachte is de jus over de aardappels. De aardappels zijn dan dagelijkse, het gewone en de jus...

Kaat:
Dat begrijpt ze wel.

Minhk:
Ik ben blij je te ontmoeten Moon. Ik heb veel over je gehoord. Je hebt prachtige kinderen.

Moon:
Dank je jongen.

Kaat:
Huil je?

Moon:
Nee hoor. Ik huil niet.

Kaat:
Je mist Arthur.

Minhk:
Misschien huilt ze van vreugde. Ze is blij dat haar vriendin haar ziet. Het is belangrijk dat mensen je zien.

Moon:
Doe jij ook iets met kunst?

Kaat:
Hij werkt met de uitgestotenen van deze maatschappij.

Moon:
Sociaal theater? Mooi man.

Minhk:
Voedselbank.

Moon:
Doe je daar een project?

Minhk:
Ik werk bij de voedselbank.

Moon:
Oh ja natuurlijk. Ik snap het. Ik zou willen dat Arthur ook eens wat meer met vrijwilligerswerk deed.

Minhk:
(grapt) Rene en Natasja Froger.

Moon:
Hij zet wel eens een handtekening voor Greenpeace. Alle kleine beetjes...maar ja, als je daartegenover zo’n dieselslurper koopt...

Minhk:
Het is vandaag de dag hard nodig.

Moon:
Ik vind het helemaal niet nodig, dat zeg ik hem de hele tijd.

Minhk:
Voedselbanken?

Moon:
Nee, maar Arthur wil een nieuwe auto kopen. Een Volvo V70. We hebben helemaal geen nieuwe auto nodig, die Volkswagen is nog geen twee jaar oud, maar hij wil perse een Volvo. (fluistert) 60.000 euro. Van de zaak hoor, dat wel. Het gaat heel goed met de zaak, ze gaan uitbreiden naar China. Het is een veilige auto, heel veilig. Moet wel hè, als je kinderen hebt? Zes airbags. Alleen kunnen de stoeltjes niet voorin, heel onhandig, want anders vliegt de airbag in hun gezichtje. Daar moet je toch niet aan denken. Die mooie zachte, onschuldige gezichtjes. We doneren wel aan NOVIB en Greenpeace, maar van 15 euro in de maand red je geen weeshuis hè? Laat staan een zeehond. Ik mag natuurlijk niet klagen, maar ik zou zo graag willen dat Arthur zich wat meer voor de minderbedeelden inzette. Gewoon weer terug naar de basis. Je inzetten voor de....

 

Kaat:
Uitgestotenen van de maatschappij.

Minhk:
Het is heel dankbaar.

Moon:
Kijk, natuurlijk heeft geld voordelen. Dat ontken ik ook niet. Ik word niet zenuwachtig van een blauwe envelop. Die leg ik gewoon op zijn bureau. Van mijn halve onderwijsbaan kun je nu eenmaal geen Stokke kinderstoel kopen, nee dan zou ik de kinderen in die plastic IKEA-kuipjes moeten wurmen. Maar zouden ze daar nu zoveel slechter van worden? Nee toch. Dan zou ik niet naar de zwangerschapsyoga van 500 euro zijn gegaan. Gewoon naar het buurthuis. Denk je dat ze het gevoeld hebben, dat ik met die hoogopgeleide vrouwen heb lopen puffen? Nee toch?

Minhk:
Het is belangrijk dat ze aandacht krijgen. Dat er naar ze geluisterd wordt. Dat ze het gevoel hebben welkom te zijn. Jij moet ze veiligheid bieden. De wereld is groot.

Moon:
Ja. Ja! Ik wil helemaal geen Marlies D. BH, ik wil gewoon een  katoenen onderbroek van de HEMA. Ik wil helemaal geen Nike’s voor Sam, dat kind kan nog geen stap zetten. Ik wil geen zuurdesembrood en groente van de biologische markt. Ik wil geen wijncursus, ik wil geen lamsbout met kerst. Ik wil gewoon in de rij bij de Aldi!

Minhk:
Zo liggen de verhoudingen nu eenmaal in Nederland.

Moon:
Ik wil geen school waar we onze kinderen al tijdens de zwangerschap hebben ingeschreven, maar één waar helemaal geen wachtlijst voor is. Ik wil allochtone vriendjes over de vloer. Ik wil hun moeders leren fietsen, ik wil uitgenodigd worden op de Marokkaanse bruiloft van mijn buurvrouw, ik wil ook niet eten voor zonsopgang en het Suikerfeest vieren!

Minhk:
Maar dat zou je toch een keer kunnen vragen? Ze zijn vaak heel gastvrij.

Moon:
Maar ik heb helemaal geen Marokkaanse buurvrouw! Als ik ze naar een gemengde school zou willen doen, moet ik er twintig minuten voor fietsen. Twintig minuten! Maar ik ga het doen Monk...

Minhk:
Minhk.

Moon:
Minhk, ik ga het doen.

Minhk:
Goed idee.

Moon:
Al moet ik er twintig minuten voor fietsen. Ik koop een bakfiets. Want het is nodig.

Minhk:
Ik vind het heel goed dat je er zo mee bezig bent.

Moon:
Het is belangrijk dat ze ook bij andere culturen over de vloer komen, dat maakt ze rijk.

Minhk:
Geestelijk.

Moon:
Geestelijk rijk, dankjewel. Twintig minuten. Als ik door het park ga, misschien een kwartier, maar ik heb het ervoor over. Als ik hard fiets, misschien zelfs een minuut of twaalf. Arthur zou de maandag kunnen doen. Het is ook goed voor mijn conditie. Heb ik gelijk mijn sportschool gehad, want daar komt de laatste tijd niet veel meer van, dat snap je.

Kaat:
Waar blijf je zelf, als je een kind hebt gekregen?

Moon:
Het is nodig. Ik zie het aan jou. Jij maakt je dienstbaar, jij bent een goed mens. Dat straal jij uit.

Minhk:
Het is belangrijk dat je blij bent met wat je doet. Wat doe jij? Je werkt in het onderwijs toch, begreep ik van Katherine. Onderwijzers zijn de laatsten der Mohanikanen.

Moon:
Ja. Maar ik doe ook een opleiding.

Minhk:
Knap zeg.

Moon:
Ik schrijf.

Kaat:
Moon, waarom huil je?

Moon:
Nee ik huil niet. Wil jij de kinderen even aanpakken?

Kaat:
...

Minhk:
Geef maar.

Fragment Rauw (14+voorstelling)

RENATE:

Ik begrijp niet waarom je je zo hebt uitgedost.  (zingt)

When you walk in the bar,

And you're dressed like a star,

Rockin' your F me pumps.


And the men notice you,

With your Gucci bag crew,

Can't tell who he's lookin' to.


Cuz you all look the same,

Everyone knows your name,

And that's your whole claim to fame.

KIM:
Dat is ook nooit mijn idee geweest. Je weet dat ik twee optredens mis hè? En drie keer mijn Bikram Yoga. Tuurlijk, dit doe je voor je oma, maar het is wel heel vervelend gepland.

RENATE:
Die zaal zit toch niet echt vol. Toch?

KIM:
Nou en?! Al zitten er drie mensen, dan speel ik nog. Er is gebrek aan kwaliteit. Ik ben het aan mensen verplicht om iets met mijn talent te doen.

RENATE:
Mmm.

KIM:
Het is ook jouw baan.

RENATE:
Ja hoor.

KIM:
Ja. Zonder chauffeur zou ik nergens zijn. Lieverd, ik houd van jou, dat weet je toch?

RENATE:
Weet ik ook wel.

KIM:
Die pot is zwaar. Ik begrijp het niet, zoveel woog ze toch niet?

RENATE:
Urn.

KIM:
Pot.

RENATE:
Oma.

KIM:
Ik heb blaren op mijn handen en voeten van dat potje gruis. Moet ik weer hele dure crème voor kopen hè, met mijn gevoelige handen.

RENATE:
As. Ze wilde het zo. Toevallig was ik bij haar toen we het verschrikkelijke nieuws hoorden. Ze was zelf toen ook al heel zwak, maar ze was zo verdrietig toen ze het hoorde. Haar Amy, ze voelde als haar eigen vlees en bloed. Ze herkende zoveel in haar.  Die rauwe stem, suikerspinnen, een borreltje op z’n tijd, het was precies oma Beppie zelf in haar jonge jaren.

KIM:
Nou...

RENATE:
Ze voelde zich Amy ja? Dat zou jij als actrice toch moeten begrijpen. Je kunt je toch zo goed inleven. Van binnen was ze Amy.

KIM:
Ik voel me ook wel eens Amy als ik  depressed in mijn pyjama op de bank zit, maar dan ben ik toch niet gelijk fan.

RENATE:
Haar laatste wens was om samen met Amy uitgestrooid te worden. Oma wist dat het haar laatste weken waren. ‘ Nu kan ik voor altijd samen met Amy zijn’.

KIM:
Het is echt heel zwaar voor mij. Ik gooi er wat uit.           

RENATE:
KIM! NO! NO! NO! NIET HIER!

KIM:
Rustig maar, we vermengen haar as met dat van het drankorgel.

RENATE:
Respect, ja?

KIM:
Ik blijf het bijzonder vinden, oma Bep fan van een meisje van 27.

RENATE:
Ze herkende zichzelf. En in het leven dat Amy leidde. Oma heeft ook heel veel verdriet in haar leven gehad.

KIM:
Opvallend. Ik noem het opvallend.

RENATE:
Dan doe je dat.

KIM:
Hoe kwam ze er ineens bij? Ze was altijd fan van de Rolling Stones.

RENATE:
(stellig) Om twaalf uur precies wordt  Amy uitgestrooid en ik wil dat oma Bep daarbij is.

KIM:
Dat is ze. Dit is jouw moment. Kunnen we in elk geval met een lege pot naar huis.

RENATE:
Urn.

KIM:
Oma.

RENATE:
Kim, doe je hakken even uit.

KIM:
Waarom?

RENATE:
Daar hebben ze last van.

KIM:
Huh?

RENATE:
Schiet op, het is bijna twaalf uur.

KIM:
Wat heeft dat met mijn hakken te maken? Denk je niet dat die dolende zielen zich het leplazarus schrikken als ze zo’n dikke kabouter op zevenmijlslaarzen in een motorpak over hun grindpaadje horen lopen? Wedden dat ze hun graf uitkomen voor mijn gouden muiltjes en Armani-zonnebril? Blingbling.

(lichtchangement)

RENATE:
Als het voor het stuk moet, oké, maar nu heeft het gewoon geen functie.

KIM:
Jawel, jij bent heel aards.

RENATE:
Ja?

KIM:
Dikke mensen zijn heel aards. Aardse mensen rijden op een motor en mensen die op een motor rijden zijn chauffeur. Dus.

RENATE:
Oh.

(lichtchangement)

RENATE:
Hier moet het ergens zijn.

KIM:
Waarom kunnen we niet gewoon morgen terug komen? Ik zie geen reet.

RENATE:
Over 10 minuten begint het, schiet een beetje op. Zet je zonnebril af.

KIM:
Hoe weet jij dit eigenlijk allemaal?

RENATE:
Underground Fanclub van Amy. Daar zijn maar dertig mensen lid van. Het is heel bijzonder dat oma Bep daar member van mocht zijn.

KIM:
Heeft ze zichzelf daarvoor opgegeven?

RENATE:
Nou ik heb haar natuurlijk wel een beetje wegwijs gemaakt op internet.  Die vrouw was 78.

KIM:
Goh. (stilte)

RENATE:
Kim, we hebben geen uren, kun je je nagel een andere keer vijlen?

KIM:
Gebroken. (wijst naar urn) Was gewoon te zwaar voor me.

RENATE:
We zijn hier niet voor jou. We zijn hier voor oma. Kun je voor een keer je eigen ego opzij zetten?

KIM:                      

(Muziek. Zingt op ‘Valerie’)

Wel, soms kijk ik terug, zie ik ons,
Hoe we samen pim pam petten,
En ik denk aan alle dingen die je deed
En in mijn hoofd word je steeds ‘vetter’

Want sinds jij er niet meer bent, sta ik nooit meer vrolijk op
Ik mis je tijgerpak en je sigarettenkop
Kom je nooit meer terug, speel nooit meer vals,
Speel je nog eens vals

Oma Bep
Oma Bep
Oma Bep
Oma Bep

RENATE:
Een roos. (veegt wat modder weg van de grafsteen) Mmm. Lady Di. We zijn in de buurt.

Fragment Bezoek (eenakter)

BEZOEK! won tijdens het Amateurtheaterfestival Utrecht 2008 de eerste prijs.

EERSTE AKTE

Scène 1

(We zien Wimmie Landschroot, een kleine gedrongen vrouw van ongeveer 68 jaar, in een gebloemde jurk heen en weer lopen tussen de huiskamer, de keuken en haar schuurtje. We horen deuren slaan, en soms gevloek. Ze loopt heen en weer met ladders, stoelen, hout en gereedschap. Ze heeft alles verzameld in haar kleine huiskamer. Dan spijkert ze provisorisch twee latten voor de ramen. Ze loopt naar de keuken, haalt een kopje thee en gaat dan in de donkere kamer zitten.)

Wimmie:
(fluistert vertrouwelijk naar het publiek)

Gegroet. (stilte) U treft mij onder uitzonderlijke omstandigheden. Ik moet vanavond iets met u bespreken. Als u belooft het onder ons te houden. Het ligt nogal precair allemaal. (kijkt de zaal in) Ik neem aan dat er geen reden is om aan uw integriteit te twijfelen.
De koningin, onze koninklijke hoogheid, uw eigen vorstin Beatrix, koningin der Nederlanden heeft besloten om haar verjaardag in ons dorp te komen vieren. Berg en Dal is een prachtig dorp, dat moet gezegd, maar waarom ze voor de derde keer hierheen komt, is mij een raadsel. De laatste keer dat ze hier was, was zes jaar geleden. Voor de mensen in het dorp is het elke keer een feest, maar ik, ik moet me er weer uit zien te redden! U zult zodadelijk begrijpen waarom, ik kan u er nog niet teveel over zeggen.
U zwijgt. Ik begrijp het, u snapt niet waar ik me druk over maak. De koningin viert haar verjaardag in het dorp van Wimmie Landschroot, oud 68 jaar. Waar maakt ze zich druk over? Ik zal het u uitleggen.
U moet weten, in de tijd dat ik ben geboren, en ik spreek over het jaar 1938, kwam één op de vijfhonderd baby’s na de geboorte niet in de armen van de rechtmatige moeder terecht. In die tijd, dames en heren, en ik begrijp dat u er van schrikt, was babyruil aan de orde van de dag. De doktoren hadden wel iets anders aan hun hoofd dan op te letten of de juiste baby bij de juiste moeder terecht kwam.
Iedereen gelooft dat ik een oranjefan ben. De grootste van het dorp.
Ze hebben het mis. Ik heb geen fascinatie voor Bernard en Amalia of voor Margriet, Irene en Marijke. Ik zal u vertellen hoe het in elkaar zit. Het is mijn familie. Om precies te zijn: Margriet, Irene en Marijke zijn mijn zussen. In de nacht van 30 januari op 31 januari 1938 is er in de omgeving van Baarn een stroomstoring geweest. U kunt het opzoeken in ‘Het aanzien van 1938’. Het ziekenhuis heeft vier uur lang op een noodaggregaat moeten zien te overleven. En net op dat moment werd Beatrix geboren. Ze hebben het nooit aan de grote klok willen hangen, maar er was paniek op dat moment, dat kan ik u wel vertellen. Niemand zag een hand voor ogen…De hele bevalling heeft onder het schijnsel van een klein peertje plaatsgevonden. En niet alleen die van haar..
Ik hoor u denken: hoe weet Wimmie dat precies zij het wisselkind is? Ik zal u niet langer laten wachten. Toen mijn moeder negen jaar terug ziek werd had ze mijn bloed nodig. De arts riep me apart in zijn kamer, verwonderlijk niet? En hij vertelde me dat onze bloedgroepen nooit die van moeder en dochter konden zijn. Ik schrok, dat begrijpt u. Ik had mijn moeder lief als een kind haar eigen moeder. Ze was een arbeidersvrouw, maar een goede vrouw. Ze heeft geweldig voor me gezorgd. Maar ik twijfelde altijd al of zij wel mijn echte moeder was. U bent stil. U denkt dat ik een fantast ben. Maar wat u nog niet weet, is dat de arts mij recht in de ogen keek. Zijn ogen stonden angstig. Hij zei: Wimmie Landschroot, geboren op 31 januari 1938, ik moet u iets heel bijzonders vertellen. Iets wat ik in mijn hele carrière nog niet eerder ben tegengekomen. In uw bloed, juffrouw Landschroot zat een druppeltje. Een druppeltje blauw bloed. En toen wist ik het zeker. Tot de dood van mijn moeder heb ik niets gezegd, tegen niemand. Maar ik voelde me altijd anders. Mijn tantes riepen als ik binnen kwam, ‘oh! daar is ons eigen prinsesje. Onze eigen Wilhelmientje!’ Zo parmantig als ik altijd de kamer doorstapte. Hier, ik laat u een foto van mij als baby zien. Kijk! Nee, u kijkt niet goed. Hieronder, onder mijn babypakje, ziet u wat ik draag? Oranje sokjes! (heeft het zelf ingekleurd op de zwart/wit foto’s)
Intuïtief heb ik altijd oranje gedragen. (pakt nog meer foto’s) Kijk, hier, een oranje coltruitje, en een oranje regencape met oranje regenlaarsjes. 
Maar het moet onder ons blijven, dat begrijpt u toch hopelijk wel? In het dagelijks leven kan ik mijn werkelijke afkomst prima geheimhouden, niemand weet wie ik eigenlijk ben. Ze denken dat ik gelukkig ben als de toiletjuffrouw van het station van Berg en Dal, maar wat ze eigenlijk niet weten, is dat het een vermomming is! Niemand verwacht toch dat er onder dat blauwe schort met die vlekken de eigenlijke koningin der Nederlanden schuilgaat! Niemand is ooit op het idee gekomen dat daar geen echte toiletjuffrouw zit!

Ik zal u nog een ander verhaal vertellen. Ik heb u nog niet verteld over Jules. Jules van Henegouwen tot Serooskerken komt mij elke dag bezoeken. Het is een vriendelijke man. Heus waar. Maar hij is ook een eenzame man. Dagelijks zoekt hij me op om een praatje met me te maken en me wat boodschappen te brengen. Ik sta het toe, het is voor zo’n man ook niet leuk om de hele dag alleen te zijn. Dan struikelt hij het tuinpad op met dat drafje van hem, ik hoor hem al van verre aankomen, en roept, nog voordat hij heeft aangebeld ‘Wimmie, Wimmie, doe eens open!’ Ik doe altijd net of ik niet thuis ben. Haha. Dat vind ik nu geestig. Hij is altijd zo bezorgd. Hij vreest dat ik mijn rekeningen niet op tijd heb betaald en daarom mijn huis uitgezet zal worden. Haha. (stilte)
Jules heeft het, net als ik, nooit over zijn adellijke afkomst, maar ik moet u zeggen, het is de enige man die ik in mijn buurt tolereer. Ik zal u uitleggen waarom. Jules houdt van paarden. Hij heeft er twee, ze staan verderop in het land. Ik weet niet of u wel eens een paard van dichtbij heeft ontmoet, maar een paard ruíkt, verschrikkelijk gewoon. Als Jules bij mij binnenkomt neemt hij de geur van vers hooi, paardenvijgen en rubberen laarzen mee. Ieder ander mens zou onmiddellijk wegvluchten, maar ik, ik vind het heerlijk! Waarom zou ik anders zo dol zijn op paarden dan vanwege…Nu dan. U moet niet denken dat ik meer voor meneer Jules voel hoor, maar ja, die paardenlucht...

Och ik blijf maar praten. Over het belangrijkste hebben we het nog niet gehad.  Er is momenteel iets vreselijks aan de hand! Ik lig er al nachten wakker van. Jules is de secretaris van de oranjevereniging. Hij heeft besloten koninginnedag dit jaar heel anders aan te pakken. Hij heeft een loterij georganiseerd. Iedereen in het dorp doet mee, dus ik kan er niet onderuit. Jules heeft bedacht dat de winnaar van de loterij de koningin in hoogsteigen persoon op de thee krijgt! En vandaag is de trekking al! 
Stelt u zich eens voor: dan zitten we hier binnenkort misschien tegenover elkaar. Ze zou me onmiddellijk herkennen aan mijn ogen of aan mijn gelaatstrekken. Ik lijk veel op haar familieleden. Ik zou niet weten hoe ik het uit zou moeten leggen, ik moet er niet aan denken. Nee, bij mij komt ze er niet in! Nooit! Daarom heb ik de deur gebarricadeerd en als ze toch wil komen, ga ik voor de deur liggen of verstop me op het toilet, maar ik wil haar hier niet binnen hebben!

(stilte)

Ik wind me op. Dat moet ik niet doen. Dat is niet goed voor me. Maar wat nu als alles uitkomt? Ik zou er mee kunnen leven, natuurlijk. Ik verheug me op het moment dat ik mijn koninklijke suite instap en me onder de satijnen lakens schuif om te dromen over snoepreisjes naar Argentinië en Australië. Ik verheug me op het moment dat ik op het balkon van het paleis op de Dam stap en die duizenden mensen enthousiast naar me zie zwaaien. Ik verheug me op het moment dat ik die vieze pleeborstel aan haar…Nee. Het is voor haar ook niet leuk. Het zal voor haar niet gemakkelijk zijn haar werkelijke leven op te pakken. Elke dag, als ze haar ogen opent in de kamer zonder kachel,met de wapperende gordijnen, zal ze beseffen dat ze jarenlang in het verkeerde bed wakker is geworden! Oh oh oh, hoe moet dat nu? Wat nu als alles uitkomt? Ze beslist enkel om naar Berg en Dal te komen en dan gebeurt er dit. (stilte) Maar ze spéélt toch ook met vuur? Ze komt hierheen en stemt toe in zo’n malle loterij. Bent u het niet met mij eens? Ze vraagt er toch zelf om! Als ze het dan zo graag wil, wordt het ook tijd voor de waarheid! Beatrix, tel, zolang het nog kan, je zegeningen!

Fragment Standplaats Venlo

Scène 6

Het is zaterdagochtend vroeg.

Raymond: Ik wil die jongen hier gewoon niet meer zien. Deze zaak is mijn leven Dan. De erfenis van mijn ouwe, Jezus. Die man heeft zijn hele leven keihard gewerkt om dit imperium op te zetten. Dan kan het toch niet zo zijn dat die luis straks met de jaaropbrengst naar huis gaat?

Danny: Daar heb je gelijk in Ray.

Raymond: Hij zou me een flink pak rammel gegeven hebben. Verdiend. ‘Je laat je toch niet beetnemen door dat onderkruipsel?’

Danny: Juist. Luister naar je oude vader.

Raymond: Wat moet ik nou tegen Angelique zeggen? Ze gelooft me niet meer. Door die jongen ben ik aan het draaien geslagen.

Danny: Ik snap je.

Raymond: Vanaf het eerste moment dat ik haar samen met hem zag ben ik in een doolhof terecht gekomen.

Danny: Dat is ook niet zo vreemd.

Raymond: Het is toch op z’n minst verwonderlijk te noemen dat ze ineens met die ‘buurtjongen’ op de proppen komt. Zo slecht ging het echt niet. Waarom komt ze uitgerekend met zo’n jongen aanzetten? Als je die priemende oogjes ziet, weet je toch gelijk dat ie wat scherps in z’n achterzak heeft zitten? Weet je wat ik nog het meest vreemde vind? (stilte) Dat ie dat dunne vlassnorretje van hem er niet afhaalt! Kapper! Ik geloof er niks van dat die diploma’s echt zijn. (stilte) En..en.. nou..ze staat op het punt een baby te krijgen van een ander. Hè? Vergeet dat niet. Ze krijgt een kind...

Danny: Van jou.

Raymond: Van mij!

Danny: Ze is veranderd, dat moet ik wel zeggen.

Raymond: (schrikt) Hoe bedoel je?

Danny: Nou als ze vroeger, de tijd voordat... als ze ’s ochtends binnen kwam, legde ze eerst de spullen klaar, schaar, borstel, föhn. Haalde nog even een doekje over de balie, keek of er nog genoeg shampoo in de flessen zat.

Raymond: Ja, maar wat...

Danny: Weet je wat ze nu als eerste doet? Ik weet niet of je het gezien hebt, maar ze doet eerst alle stoelen naar beneden, zodat hij er goed bij kan, en als ze dat gedaan heeft, doet ze het volgende: ze kijkt uit het raam naar buiten. Volgens mij wacht ze hem op.

Raymond: Ik dacht dat ik het me verbeeldde.

Danny: Het laatste wat ik wil is dat je nu in de war raakt, Ray.

Raymond: Nee, juist goed, juist goed. Ik herken d’r niet meer man. Ze is stil de laatste tijd, gaat vaak uren eerder dan ik naar bed. Ik kan me de dag dat we elkaar tot grote hoogtes brachten nauwelijks meer herinneren. (stilte) Die vrouw maakt me lijp, dat weet je. Nooit eerder ben ik zo van mijn padje geraakt van een vrouw. Ik zie haar nog uit die zwarte BMW stappen. Wat een lekker wijf.

Danny: Je bek zakte ervan open.

Raymond: Toen was ze nog met bleke Eddy.

Danny: Een BMW uit de 7 serie.

Raymond: Executive.

Danny: Daar klopte al helemaal niets van.

Raymond: Het waren mooie tijden.

Danny: Jaha.

Raymond: Wat jaha?

Danny: Bleke Eddy heeft natuurlijk een tijdje op zaal 4B, kamer 62 gebivakkeerd.

Raymond: Met zo’n gratenkop vraag je er toch ook om?

Danny: Was het echt nodig hè, dat kun je je afvragen.

Raymond: Hij had zich gewoon rustig moeten houden.

Danny: Bijna was  het hele feest niet doorgegaan, vriend. Terwijl we zo goed op weg waren.

Raymond: Hoe vaak moet ik je bedanken?

Danny: Hoeft niet. Het was gewoon een mooi verhaal. Die agente zat er helemaal van te snotteren.

Raymond: Prachtig. Fantast!

Danny: Ook geen verhaaltjes/om bestwil?

Raymond: Nee, nee. Als Angelique er niet was geweest...(stilte) Ik denk dat ik allang met m’n nek op het gladde staal van de rails had gelegen...

Danny: Poëet. Niet zeggen Ray. Vergeet deze jongen (wijst)niet hè?

Raymond: Sorry. Dingen die er altijd zijn vergeet je soms.

(ze omhelzen elkaar onhandig)

Danny: (gesmoord, weet zich even geen raad) Buddy.

Raymond: Zeg je nou? Eddy?

Danny: Buddy. Buddy. Engels. Vriend. Makker. Kameraad.

Raymond: Ik dacht al: zo’n lelijke kop heb ik toch ook weer niet.

Fragment Cowboys in da Hood (groep 8 musical)

Scene 7  Waar blijft het geld?

Er zitten drie bankbediendes achter de balie van een bankfiliaal. De directeur zit met zijn voeten op een tafel, rookt een dikke sigaar en telt zijn geld.

Directeur: Zo Pamelaatjes, hoe zit het met de winst van vandaag?

Pamela 1: Ik heb helemaal blaren op mijn handen van het tellen, meneer Moneypenny.

Pamela 2: We zijn nog nooit zo rijk geweest, meneer Moneypenny. Grappig he?

Pamela 3: We krijgen de laatste tijd steeds meer mensen die hun geld naar ons toebrengen, meneer Moneypenny. Ik begrijp het niet hoor, waarom zouden mensen dat nou doen?

Pamela1: Iedereen is bang dat die wervelwind zijn geld steelt. Volgens mij bestaat die hele wervelwind niet hoor. Heb jij ooit gehoord van een wervelwind met graaihandjes?

Bankdirecteur: Dat heet rente, Pamela. Hoe meer geld, hoe meer rente. Laat ze vooral zo doorgaan.

Pamela 2: Gelukkig hebben wij een megakluis.

Pamela1: Daar komt nooit iemand bij.

Pamela’s: Alleen wij.

Bankdirecteur: Ik ben de rijkste man van Hurricane: ik heb geld en drie mooie Pamela’s.

Pamela’s: En u natuurlijk. Alleen wij kennen de code van de kluis...

Lied 5 Geld geld geld!

(Track 4)

Couplet
Zonder goud geen nieuwe schoenen
Geen prijskoe, pint of bonte jas
Zonder banken in de wereld
Had je geen leren, maar een plastic tas

Couplet
Leningen, hypotheek en rente
Bij ons zit je aan het goede adres
Heb je thuis nog een oude sok liggen
Breng het dan hier, dan heb je geen stress

Refrein
Geld! Geld! Geld!
Dat is alles wat telt
Veel! Meer! Meest!
Wij leven volgens handelsgeest

Couplet
Saloon, een ranch, nieuwe pistolen
Niets is ons te duur
’t Kost jou slechts een klein beetje rente
geeft ons een bonus! He? Wat?! Graaicultuur?

SCENE 8
De vijf kinderen komen binnen, hun haren zitten nog steeds door elkaar. Melanie Maanblond heeft het paard Platterfoot aan haar hand bij zich.

Directeur: Zozozo, toeristjes. Waar komen jullie ineens vandaan?

Mimoun: Wij zijn cowboys uit het Oosten.

Pamela 3: Haha, de zes wijzen uit het Oosten!

Sara-Lee: Zeg iets Mimoun!

Mimoun: Duz.

Directeur: Wat brengt jullie hier? Komen jullie ook je geld naar de veiligste bank van het Wilde Westen brengen?  Pamela open jij een rekening voor deze mensjes?

Pamela 2: Goed idee, u kunt bij Pamela uw geld kwijt.

Pamela 3: Of bij Pamela.

Pamela 1: Of bij Pamela.

(de telefoon van de meester gaat met de ringtone van een Harmonica)

Pamela 2:  Oh, wat een grappig apparaat! Is dat de nieuwste mondharmonica?

(Je hoort de stem van mevrouw Snerpstra aan de andere kant van de lijn)

Pamela 2: Oh mijn God! Dit ding praat!! Dit ding is behekst! Ik word gek en ik ben nog maar zo jong!! En zo knap!!

Pamela 3: Geef maar hier. Pamela -de knapste- spreekt u mee. Wie? Meester Bakker? (schrikt van het geluid van Snerpstra en geeft de telefoon weer door) Hier, ik begrijp niks van dat mens.

Pamela1: Met Pamela. Meester Bakker met kinderen, uit het Oosten?....Rustig mevrouw, niet zo gillen....

De kinderen schudden nee, die is er niet!

Pamela 3: Nee, die is hier niet. Jammer he? Sorry, daaaag!

Sara-Lee: Hoe heeft die ons nou gevonden?

Pamela 2: Nou, komt er nog geld op tafel? We hebben jullie net uit de handen van een snerpende vrouw gered!

Valerio: Ik heb alleen een beetje geld bij me dat ik van mijn moeder uit mocht geven aan wat lekkers op kamp.

Pamela 3: Oh, lekkere Dikkie Dik van me, het gaat niet om hoeveel het is. Als het maar geld is. Laat maar eens zien.

(Valerio laat zijn geld zien)

Bankdirecteur: Wat is dit??

Kasper: Euro’s. Deze munt bestaat sinds 2001, en is in grote delen van Europa de munteen...

Pamela 3: (dommig) Ik snap het niet meneer...ik snap niet wat ie bedoelt...

Bankdirecteur: Zeg, ik weet niet wat een rare tovenaar jij  bent, meneertje Wijsglass, maar we leven hier in 1868 in Hurricane en die rare muntjes van jou, daar kunnen we niks mee.

Sara-Lee: We kwamen eigenlijk ook alleen maarrr om te hoorren of we misschien wat geld konden lenen voor de barr. De saloon. Die is helemaal leeggerrroofd.

Pamela 2: Ook al? Wat erg! Wat erg! Wat erg!

Platterfoot/voor: Ik zei toch al: het zijn hier niet de slimsten.

Platterfoot/achter: Ook hier zit het verstand niet in de kop, maar in de kont.

Melanie:  Gelukkig ben jij er.

Bankdirecteur: Wij hebben hier de grootste kluis van het Wilde Westen. Hadden ze het maar hierheen moeten brengen, nu kunnen we helaas niets meer voor ze doen.

Pamela1: Nee, helaas, het spijt ons verschrikkelijk.

Pamela 2: Ja, als mensen ons niet vertrouwen, is er niets aan te doen.

Pamela 3: Jammer hoor.

Kasper: Dan scheiden hier onze wegen, in elk geval bedankt voor uw gastvrijheid.

Mimoun: Laterzz.

Bankdirecteur: Graag gedaan, graag gedaan, helaas, jammer hoor dat we u niet kunnen helpen.

Pamela 2: Ik zal u allemaal, inclusief dat vieze stinkbeest, even uitlaten.

Melanie: Kom maar Plat...

Op het moment dat de leerlingen weer buiten staan, en elkaar veelbetekenend aankijken, horen ze binnen ineens een vreselijk lawaai. De wervelwind lijkt sterker toe te slaan dan ooit. Je hoort een hoop gegil van de Pamela’s en een zware deur die open gaat.
De leerlingen staan klaar om als heldhaftige cowboys naar binnen te stormen, als de directeur met zijn Pamela’s naar buiten komt. Jasjes uit, haren door de war, huilende Pamela’s. Het is even stil.

Kinderen:   Hulp nodig?

Bankdirecteur/Pamela’s: Graag!

Fragment Nederlandse vertaling 'HAIR'

SCENE 17
Claude komt aanrijden op een motorfiets. Hij is  veranderd. De groep begroet hem met enthousiasme.

Jay:
Eindelijk. Daar hebben we onze verlosser.

Hippies: (zingen)
Manchester England, England.
Aan de noordzee overkant.
En hij is een held, een echte
En hij vertrouwt op God, en hij vertrouwt dat God,
Vertrouwt op Claude
Da’s hij, da’s hij.

Blinker:
Waar was je?

Claude:
Ik moest weg. Voorbereidende missie. Mediteren in de woestijn. Vandaag moest ik naar de uitzendingscommissie en ik heb ze helemaal gek gemaakt.

Blinker:
Wat heb je gezegd?

Kef:
Wat heb je gedaan, man?

Claude:
Ik sprong uit het vliegtuig zonder parachute.

Blinker:
Oh, ik weet wat Claude deed. Ik weet wat ie ze heeft verteld.
(fluistert in Dide’s oor) In het centrum waar hij moest worden ingelijfd...

Jay:
Het idee van witte mensen is om zwarte mensen naar de oorlog te sturen om gele mensen te doden en ze te laten stelen van de rode mensen.

Blinker:
Volgende! Meneer Claude Bukowski. Ga zitten.

Dide: (als Claude)
Bukowski, meneer, inderdaad. Er is toch nog wel plek? Ik weet dat jullie een maximum hebben. Ziet u, ik was bang dat er geen plek meer zou zijn, ik wil zo graag gaan.

(Blinker, de interviewer, maakt de beweging van een schaar met zijn vingers)

Oh dat? Ik haal het eraf. Ik laat het knippen. Ik scheer me kaal als u dat wilt. Ik scheer mijn armen, mijn benen, en zelfs mijn schaamhaar. Ik scheer me kaal tot op het bot.

(Blinker wijst naar de mensen op het podium)

Nee, nee, ik ben geen hippie. Nee, nee, niet dat anti-oorlogsgedoe voor mij. Dat is zo passé. Ik geloof in niets van dat alles. Ik denk dat die mensen met lang haar slechts een klein groepje van jongeren is. Het grootste deel van de Amerikaanse jeugd zijn kortharige, schone jongeren die bereid zijn voor hun land te sterven en ervoor te doden. Eigenlijk, als u het mij vraagt, kijk ik ernaar uit. Ik heb soldaten in de spotjes van de landmacht op televisie gezien, en het ziet er fantastisch uit. Ik denk dat u me zelfs geen geweer hoeft te geven. Ik dood ze met mijn blote handen.

(ze staat op en wurgt Blinker bijna, dan naar het publiek)

Kunnen we nu naar huis gaan? Het is belangrijk voor mij dat ik ben waar de actie is. Ik wil niet overzee gaan. Ik wil blijven waar de actie is. In de straat. Guerrillaoorlogvoering.

(Blinker wijst haar weg te gaan)

Dat moet ik echt. Zit het al helemaal vol? Oh, dat is onmogelijk. Jullie moeten me laten gaan. Jullie moeten me erheen sturen. Alstublieft, het is het meest belangrijke in mijn leven. Het is het doel in mijn leven. Jullie moeten me uitzenden. Zegt u alstublieft geen nee. Alstublieft. Mijn God, mijn God, waarom gebeurt mij dit?

(ze zetten haar op haar kop)

Dit is Amerika. Mam, ik ben opgehangen. Ze willen me niet.

Blinker:
Volgende!

Hippies:
Volgende!

Blinker:
Ging het zo, Claude?

Claude:
Nee, nee, zo was het niet. Jullie snappen het niet.

Morgenvroeg ga ik weer met mijn kameraden op pad. We gaan een militaire oefening doen, we vertrekken vanuit het keuringsinstituut. Laten we daar nu naartoe gaan en alle slechte vibes eruit schreeuwen. Laten we naar de zon, naar het licht schreeuwen.

(iedereen gaat om hem heen staan en pest hem, ze schreeuwen. Claude lacht een beetje mee.)

Kef:
Kom, laat de arme soldaat met rust.

Claude:
Ach, rot toch op!